Wijze spreuken en citaten over MOED


Het is eenvoudiger om een vuurwapen te gebruiken dan om moed te tonen.
H.M. Tomlinson

Het is een dappere vlo die zijn ontbijt durft te eten op de lip van een leeuw.
William Shakespeare

Men kan niet over zijn moed oordelen wanneer men nimmer in gevaar is geweest.
La Rouchefoucauld

Wie niet bijten kan, moet z’n tanden niet laten zien.
John Ray

Lafheid is de moeder der wreedheid.
Montaigne

Doe altijd datgene wat je bang bent te doen.
Ralph Waldo Emerson

Het is niet moeilijk om moedig te zijn, maar het is wel moeilijk om het altijd te zijn.
Honore de Balzac

De geschiedenis verheerlijkt menigeen als held, die in werkelijkheid slechts slachtoffer was.
Baer-Oberdorf

Bang zijn is zichzelf gehoorzamen, moedig zijn zichzelf bevelen.
Comtesse Diane

Ware moed lijkt op een vlieger; in plaats van hem neer te werpen doet een tegenwind hem juist stijgen.
John Petit-Senn

Voor moed is geen weg onbegaanbaar.
Ovidius

Ware moed is niet geen angst te hebben, maar zijn angst te overwinnen.
Remy Montalee

De moed van de meeste mensen is niets anders dan de vrees laf te schijnen.
Ernst Hohenemser

Het is gemakkelijk dapper te zijn op een veilige afstand.
Aesopus

Niemand houdt van degene die hij vreest.
Aristoteles

Een lafaard is iemand die in een gevaarlijke situatie met zijn benen denkt.
Ambrose Bierce

Er zijn veel mensen die agressief worden uit vrees bang te zijn.
Victor Cherbuliez

Wie niet bang is voor de dood is niet bang voor bedreigingen.
Pierre Corneille

Een held is niet dapperder dan een gewoon mens, maar hij is vijf minuten langer dapper.
Ralph Waldo Emerson

Een moedig man heeft nooit gebrek aan wapenen.
Thomas Fuller

Niemand verdwaalt ooit op een rechte weg.
Goethe

Wie niet bijten kan, moet z’n tanden niet laten zien.
John Ray

Wij moeten voortdurend dijken van moed opwerpen tegen de stormvloeden van de angst.
Martin Luther King

De mensen hebben zelden de moed om volkomen goed of volkomen slecht te zijn.
Niccolò Machiavelli

Als men ziet wat juist is en het nalaat, is dat een gebrek aan moed.
Confucius